Diagnostiek

 

Wanneer de ontwikkeling bij een kind lijkt te stagneren, kan diagnostiek (onderzoek) een eerste stap zijn om te weten te komen wat er speelt en waar het kind bij gebaat is. Zo kan er zicht worden verkregen op de aard en ernst van problemen die spelen bij het kind, en hoe deze verklaard kunnen worden. Hierbij is het net zo belangrijk te kijken naar de krachten van het kind en welke positieve invloeden zijn omgeving heeft. Soms komt uit er uit het onderzoek naar voren dat er sprake is van een stoornis. Vaak vallen op zo'n moment puzzelstukjes op hun plek. Middels diagnostiek wordt in kaart gebracht welke specifieke behoeften het kind heeft en hoe zijn omgeving hier op kan afstemmen.

 

 

Diagnostiek richt zich op verschillende soorten vragen en ontwikkelingsgebieden. De vragen kunnen bijvoorbeeld zijn:

 

►Wat is er eigenlijk aan de hand­?

►Hoe kunnen de problemen worden verklaard?

►Is er sprake van een specifieke stoornis?

►Op welke wijze kan het kind het beste ondersteund worden?

►Komt mijn kind in aanmerking voor bepaalde hulp?

Intelligentie & cognitief functioneren

Onderzoek naar het intelligentieniveau kan met verschillende onderzoeksinstrumenten plaatsvinden, afhankelijk van de leeftijd en de persoonlijke omstandigheden. Naast gegevens over het IQ komt ook informatie beschikbaar over het cognitieve profiel van sterke en zwakke kanten. Intelligentieonderzoek kan op zichzelf staan of gecombineerd worden met ander soort onderzoek, afhankelijk van wat er speelt en van wat de hulpvraag is. Er kunnen verschillende aanleidingen zijn voor een intelligentieonderzoek: 

 

► Er zijn algemene vragen omtrent het intelligentieniveau.
► Er is sprake van leerproblemen, en wellicht sociaal-emotionele problemen, waarbij moet worden vastgesteld of uitgesloten dat deze gerelateerd zijn aan de capaciteiten van het kind of de jongere.
► Het kind heeft een eindtoets gedaan en het is nog niet duidelijk welk onderwijsniveau het meest passend is.
► Als toelatingstest voor het Leonardo-onderwijs; onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. Een kind is hoogbegaafd als het een IQ heeft van 130 of hoger, creatief is in het bedenken van oplossingen, en het beschikt over een groot doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen.
► Er zijn vragen omtrent het doorstroomniveau voor een vervolgopleiding.

Persoonlijkheid

Onderzoek naar persoonlijkheid betreft het in kaart brengen van  de sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheid. 

 

Persoonlijkheidskenmerken hebben invloed op hoe iemand zich opstelt binnen verschillende situaties en kunnen daarmee ook een gedeelte van eventuele problemen verklaren. De sociaal-emotionele ontwikkeling geeft aan hoe het kind of de jongere zich in relatie tot anderen opstelt, ontwikkelt en gedraagt (op sociaal gebied). Anderzijds gaat het over hoe het ‘in zijn vel zit’ en hoe het omgaat met zijn gevoelens (op emotioneel gebied). 

 

Aspecten zoals zelfbeeld, eigenschappen, competentiebeleving, motivatie, angsten of onzekerheden kunnen worden betrokken bij het onderzoek, maar ook de sociale cognitie, vaardigheden, betrokkenheid op de omgeving en  vriendschapsrelaties zijn onderwerp van onderzoek.

Neuropsychologische functies

Neuropsychologisch onderzoek richt zich op verschillende functiegebieden zoals de aandacht, het geheugen, de auditieve en visueel ruimtelijke waarneming en  informatieverwerking, en sensomotorische integratie.  Soms is er overlap met onderdelen van een intelligentietest.

 

Neuropsychologisch onderzoek is vaak ook gericht op de executieve functies van een kind of jongere. Dit zijn functies die nodig zijn voor doelgericht, efficiënt en sociaal aangepast gedrag.

 

Taalontwikkeling & communicatieve functies

In communicatie speelt taal een belangrijke rol. Bij onderzoek naar taalvaardigheden wordt gekeken naar woordenschat, grammatica en zinsvorming. Zowel actieve taalvaardigheden (spreken, taalproductie, actieve woordenschat ) als passieve vaardigheden (luisteren, taalbegrip, passieve woordenschat) worden in kaart gebracht. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan vaardigheden die van belang zijn voor een goede communicatie. Hieronder vallen onder andere vertelvaardigheden, verhaalopbouw, communicatieve intenties, en rekening houden met de kennis van de luisteraar. Deze aspecten worden ook wel pragmatiek genoemd en hebben betrekking op het taalgebruik.

Leervorderingen & schoolse vaardigheden

Bij diagnostiek op het gebied van leervorderingen en schoolse vaardigheden kunt u denken aan onderzoek op de volgende gebieden: reken-, lees- en/of spellingsvaardigheden, dyslexie en dyscalculie.

 

Dyslexie

Dyslexie is een hardnekkige stoornis die het leren op school en het omgaan met geschreven taal daarbuiten (vrije tijd, vervolgopleidingen, werk) ernstig kan belemmeren. De volgende omschrijving wordt nu door de meeste pedagogen en psychologen gebruikt voor het stellen van de onderkennende diagnose dyslexie:
"Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau."

 

De praktijk kan een rol spelen bij:

  • overleg over aanpak met ouders, onderwijsinstelling en leerling
  • beoordelen of een schooldossier voldoet aan de eisen van het protocol dyslexie
  • het signaleren, diagnostiseren van dyslexie, (in kaart brengen van achterstand op vaardigheidsniveau van lezen op woordniveau en/of spelling, emotionele factoren, gezins- en schoolfactoren).
  • het opstellen, uitvoeren en evalueren van een behandelingsplan (aanduiden van onvoldoende effect van ad equate remediërende instructie en oefening)
  • het afgeven van een dyslexieverklaring (verklaring en bijbehorende verlichtende maatregelen)

 

Samenwerking met het Dyslexie Collectief Haarlem
De praktijk is een samenwerkingsverband aangegaan met het Dyslexie Collectief. Hierin participeren in dyslexie gespecialiseerde gz-psychologen en logopedisten.

 

Dyscalculie

Dyscalculie is een rekenstoornis. Men spreekt van een rekenstoornis als de rekenvaardigheden duidelijk beneden het verwachte niveau liggen en leiden tot flinke problemen op school of in het dagelijks leven zonder dat dit het gevolg is van aantoonbare oorzaken als een geringe intelligentie, tekorten in onderwijs, emotionele problemen etc.

Rekenstoornissen kunnen voorkomen in combinatie met lees- en spellingsproblemen. Sinds kort is er een protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD). Het doel van dit landelijke protocol is het bieden van richtlijnen en handvatten voor de praktijk om zo optimaal mogelijk rekenwiskunde-onderwijs te kunnen bieden aan alle kinderen en jongeren in de leeftijd tot 14 jaar.
 

Oorzaken
Men is er nog niet uit wat nu precies de oorzaken van dyscalculie zijn. Bij onderzoek naar dyscalculie wordt gekeken naar:

  • de intelligentie en het cognitieve profiel
  • rekenbegrip en oplossingsstrategieën
  • vaardigheden op gebied van automatisering en geheugen
  • de kwaliteit van het onderwijs (methode, instructie, oefening)
  • aangeboren- of erfelijke aandoeningen.

Gezinsfunctioneren

Onderzoek kan gericht zijn op het functioneren van het kind/de jongere binnen het gezin. Het gaat dan om het in kaart brengen van de gezinsbeleving, de interacties in het gezin en de opvoedingsstijl. Het in kaart brengen van de gezinsgeschiedenis kan een goed beeld werpen op de beleving van ieder individu binnen het gezin en kan knelpunten bespreekbaar maken. Dergelijk onderzoek bestaat uit vragenlijsten en voornamelijk gesprekken waarin stil wordt gestaan bij de levensloop en bij gebeurtenissen die impact hebben gehad.